Edsilia Rombley

 edsilia.jpg

Aan de reeks van cover CD’s komt maar geen einde. Deze trend is circa twintig jaar geleden ingezet vanuit de Amerikaanse Rhythm & Blues. Zelfs boy-groepen als Boyz II Men ‘bezondigden’ zich aan het oude soul materiaal. Al gauw volgden er andere artiesten, maar dan van het hogere, uitzonderlijke vocaal niveau. Phil Perry deed het goed met de klassiekers ‘Just my imagination’ en ‘Have you seen her’. Zelfs Jeffrey Osborne deed een duit in het zakje met het album ‘From the Soul’. Het kon niet op. Natuurlijk kon Europa niet achter blijven.

Gestimuleerd door de platenkast van haar ouders, die in de jaren zestig tieners waren, werd Edsilia Rombley vanaf de kinderjaren beïnvloed door de (badkamer) Soul. Het Metropole Orkest werd erbij gehaald , en zie daar ontstond de toepasselijke album titel ‘Sweet Soul Music’. Een registratie van uiteenlopende soul songs van Etta James (At last) , Aretha Franklin (Don’t play that song), Gladys Knight (Baby don’t you change your mind, If i were your woman), Smokey Robinson/Rare Earth (Get Ready). Zelfs ‘You send me’ van Sam Cooke ontkwam niet aan de cover drang van Rombley. Het Metropole Orkest is aardig op dreef; noot voor noot wordt er plichtmatig gespeeld, zonder een bijzondere improvisatie. Rombley interpreteert het materiaal nauwelijks. Ze past de traditionele Amerikaanse vocale diepte niet toe, of het orkest speelt het dicht, zonde. Hierdoor klinkt het geheel vlakkerig, en komen de nummers niet tot een explosie. Integendeel stuk voor stuk imploderen de nummers. Dat is het jammer, want evergreens als ‘Then you can tell me goodbye’, en ‘You send me’ kan je een herkenbare handtekening meegeven. En dat is helaas niet gebeurd.