Architect Surinaams-Nederlands levenslied overleden

 Op 19 januari 2016 bereikte ons het droevig bericht, dat Max Reinier Nijman(Moengo, 1941) tot de hogere orde is geroepen. Max Nijman had reeds geruime tijd gezondheidsklachten. Ondanks z’n lichamelijke ongemakken gaf hij in het Anthony Nesty Sporthal in Paramaribo (2004) een afscheidsconcert. Daarna trad hij kort op tijdens het jaarfeest van het Glenn Weisz orkest in december 2011.

Max begon zijn imposante loopbaan in 1962 in het bauxietstadje Moengo, de aanvoerroute van de Surinaamse bauxiet-industrie. Het viel de stafleden van de Suralco bauxiet maatschappij op, dat zijn stem een bijna één op één gelijkenis had met Brook Benton. Max werd door deze crooner & componist beïnvloed, en putte inspiratie uit diens zangkunst. Niet lang daarna verkaste hij naar Paramaribo om in theater Thalia zijn vocale krachten te meten met de opkomende sterren: Oscar Harris, Alfons Wielingen, Ulrich Campbell, Mr TB (Theo Bijlhout) en later Etto Sedney. Ondertussen trad Max op in de club van de King of Calypso, Mighty Sparrow. Deze merkte al gauw z’n unieke voice en adviseerde hem derhalve z’n talent in eigen taal, het Sranang  te continueren. Dat was niet aan dovemans oren gezegd, want ‘Ai Sranang’ werd in de jaren zestig de lokale top hit in Suriname,  en op Curacao waar de kleine Surinaamse gemeenschap driftig meezong, tijdens de naar heimwee hunkerende traditionele Owru yari viering.   

Vervolgens zette Max zijn muzikale ambities voort in Nederland, waar hij in 1968 de Europese hoofdsteden veroverde met zijn melancholieke stemgeluid. In 1976 nam hij met de New Faces ‘Adjossie’ op.  

Dureco/Faja Lobie

De Surinaamse muziek bleef zich ontwikkelen mede door hier gesettelde Twinkle Stars, met in de gelederen Ruud Seedorf (RIP), Billy Jones (RIP) en Oscar Harris. Nadat zaliger trompettist Stan Lokhin de Needles verliet, sloot hij zich bij TS aan, waarmee hij het succesvolle  album ‘Trotyl  en Trotyl 2’ opnam.Een ontmoeting tussen Stan Lokhin en Max Nijman leidde in 1975 tot het opnemen van het album ‘Katibo’. Nog twee albums zouden volgen:‘Wan dei lobie, en Ini wan dé’, onder de vlag van de platenmaatschappij Dureco/Faja Lobi. Hiermee nam de populariteit van deze bescheiden muzikale balladeer allengs toe. 

Friends Music Entertainment

Het platencontract met Dureco/Faja Lobi liep echter aan het einde van de jaren zeventig af. In de jaren daarna nam Max in eigen beheer enkele single en maxi-singles op, totdat Friends Music Entertainment (FME) door Ernie Anches (ex Falling Stones, ex Twinkle Stars) werd opgericht. De samenwerking met Ernie beviel zo goed dat er enkele albums werden opgenomen. De succesnummers op de Dureco albums werd vervolgens, voorzien van een moderne Synthi sound, en digitaal bewerkt en gemasterd. Tijdens een interview met Directeur/eigenaar Ernie Anches kwam Max effe langs om -  naar later bleek - een partij ballads en uptempo’s af te mixen. Daarbij viel mij op, dat Max een nummer zong, die ik voor het gemak ‘Cola Kreek’ noemde. Max vragend waarom hij geen songs van inspirator Brook Benton opnam, zei hij het volgende:‘ Jongku mang , wakti no, wakti rustig , a sa kon wan dé’

Niet lang na deze opmerking werd op FME het album ‘Moments to remember’ uitgebracht met de ballades ‘Tender Years’ en de officiële titel ‘Leki wan blad (officieus ’ Cola Kreek)’.Hiermee had Max mij vol-le-dig op het verkeerde been gezet! Perfectionistisch als hij was verbouwde hij Claudius Philips’s  jump up soca ‘Saca bun bun’  in een kaseko-achtige bewerking ‘Saka boen’ , Ernie verbijsterd achterlatend.

Top Notch

Oprichter van Top Notch, Kees de Koning had een lang gekoesterde wens Max Nijman te ontmoeten. Tijdens een Owru poku man meeting  was Kees volgens zegsman en Traffasi frontman Edgar ‘Bugru’ Burgos, een ‘boromang’ (iemand wiens naam niet op de gastenlijst staat, red). Volgens Burgos, verplaatste de Koning zijn stoel geleidelijk totdat hij naast de grote Max zat. Al snel leidde het contact tot het verzamelalbum ‘Adjossi en andere poku’s’ dat onlangs door Kees op Top Notch is uitgebracht. (maar niet nadat de schatbewaarder de kwaliteit van de Mastertapes vakkundig had beoordeeld!) 

Dankzij Kees, Bugru en de directie van pop tempel Paradiso werd er in een korte tijd spanne een afscheidsconcert georganiseerd. Belangeloos zegden muzikanten hun medewerking aan dit unieke eenmalig optreden toe. Een uitzinnige menigte had zich inmiddels voor Paradiso verzameld, ongedurig tot de toegangsdeuren zouden open gaan. Op maandagavond 25 januari zat Paradiso dan ook propvol met fans, die Max Nijman de laatste eer kwamen bewijzen.

Host van de avond Sylvana Simons kweet zich behoorlijk van haar ‘lastige’ taak de druistige menigte gerust te stellen, en te vermaken. Het gelegenheids orkest met vocalisten: Edgar Burgos, Ed Rust, Etto Sedney, Patrick Tevreden, Oscar Harris en Denise Jannah eerden deze tekstuele, architectonische balladeer in ‘Fará we, Ay Sranang, Roos Marie, Montjie, montjie, Te mi wan sjie yu, alla mie san e befie, Katibo, Ine miene mutte. Op 30 januari 2016 wordt het lichaam van Max Nijman aan de schoot der aarde in Paramaribo  toevertrouwd. Max zal zijn muzikale textuur –en architectuur voort zetten in het hemelse orkest. Uit volle borst zongen de in Paradiso aanwezige fans: ‘Adjossi, mi e bari unu no’.