Musica CalienteNieuws

Musica Caliente herfst 1995

Musica Caliente 2e jaargang nummer 5 herfst 1995

RIJKE CULTUUR AANGETOOND  MET SRANAN POKU (deel 2)Stan Lokhin

Behalve diverse muziekstijlen bood het driedaags Sranan Poku Festival (21, 22 en 23 april), een lezing over Sranan Poku. Spreker was de in (Surinaamse) muziekkringen alom gerespecteerde tekstschrijver, componist, arrangeur Stan Lokhin (47). De Sranan Poku in het algemeen en een aspect daaruit de Kaseko bezit allu-re, zegt Stan Lokhin. De taalbarriëre in de algemene Sranan Poku heb ik als bijzonder hinderlijk ervaren. Het stond een muzikale ontwikkeling in de weg. Mijn eerste kennismaking met muziek vervolgt Stan was tijdens het muziekuurtje op school. Het karakter van het muziekschrift had een bijzondere werking, en vervolgde mijn weg naar De Volksmuziekschool te Paramaribo. Dit (elitair) instituut kon niet echt als ‘volks’ worden aangemerkt, vertelt Stan. Met de Directeur had ik een goed gesprek, evenwel had hij enige twijfel of het lesgeld door mijn ouders kon worden opgebracht. Inschrijven bleek derhalve onmogelijk. Hiermee werd een drempel gelegd. Wel bood het Leger des Heils enige ontplooiing, maar toch onvoldoende vond ik. In de Protestantse gemeente was het zingen van ‘Mi kondre tru’ het hoogst bereikbare. Al het andere repertoire (Wintie, Kawina, Kaseko) was des duivels. Aan de plantagebe-woners hebben wij het te danken, dat Kawina en Wintie zich schoorvoetend uit schemertoestand kon onttrekken. Immers volledig in het daglicht treden met dit muziekgenre werd toentertijd in delen van de gemeenschap nauwelijks getolereerd. Het ‘Wie na wie’ van Eddy Bruma daarentegen opende allerlei cul-turele wegen. Het gaat ten slotte om een stuk cultuuroverdracht benadrukt Lokhin.

Met de komst van de eerste radio-zender in Suriname, de AVROS (Algemene Vereniging Radio Omroep Suriname) werd muziek een bindende factor in de toch ‘gecompliceerde’ gemeenschap. De later opgerichte en ‘vrijer’ ope-rerende Radio Paramaribo (RAPAR) en Apintie versterkten een andere muzika-Ie interesse, aldus Lokhin. Sranan Poku stelt Stan verder, is de muziek die door Sranan mans wordt gemaakt. Alle invloeden kun je horen in diverse muziekstijlen. Hedendaagse orkesten als La Fiësta en Fra Fra Sound/Bigband brengen varianten aan in de Kaseko. De (algemene) kritiek dat op deze en andere orkesten wordt geuit, vind ik onterecht. Lokhin: ‘Als Blood, Sweat & Tears een CD uitbrengt met luister en dansmuziek wordt dit niet bekritiseerd. Doen wij dat, dan is de kritiek niet van de lucht.
Stan Lokhin (links), in gesprek met Roy Ristie (Radio Kankantrie)

Kritiek is natuurlijk nodig, maar ondersteuning-vooral uit Surinaamse hoek moet ook evenredig groot zijn’. Muziek moet voor een ieder toegankelijk zijn en heeft een functie. Het muziek maken houdt potentiële jonge musici van de straat. Dat op diverse (streek)-muziekscholen wereldmuziek wordt onderwezen is positief. Echter weer wordt een drempel gelegd: ver-hoging van het lesgeld.
Het is pijnlijk te moeten constateren dat waar een arsenaal aan jonge musi-ci zijn, een afdeling wereldmuziek ont-breekt: Amsterdam Zuidoost. Dit vind ik jammer. Het zijn deze jon-geren uit Zuidoost en anderen uit het land, die Sranan Poku moeten populariseren. Lokhin, schertsend:’ Misschien maken we dan mee, dat Sranan Poku een plaats boven de Jazz verovert’.• Stedelijke/gemeentelijke Muziekscholen waar wereldmuziek wordt onderwezen: Amsterdam, Alkmaar, Breda, Den Bosch, Enschede, Den Haag, Hengelo, Rotterdam, Utrecht en Zaandam.

Dit is het tweede tevens laatste deel over Sranan Poku. Het eerste deel is verschenen in de Zomer-editie van Musica Caliente.


EVEN VOORSTELLEN…….

zonnebloem orkest

Saxofonist Marcel Brown nam het initiatief tot het oprichten van het (Kaseko) orkest ZONNEBLOEM.

Onderwijl is dit al zes jaar geleden, en hebben wij in het bedrijfs-en verjaardagen circuit een goede naam opgebouwd. Alle leden van dit ensemble kunnen bogen op een rijke muzikale ervaring. Het zou te ver voeren om in detail hierop in te gaan. Maar één van onze uitgangspunten is, bestaande structuren in de kaseko een nieuwe impuls te geven. Daartoe zijn wij de studio ingegaan, en hebben interessant materiaal opgenomen. Delen hiervan zullen op onze nieuwe CD – die naar verwachting in de winter verschijnt – te horen zijn.

De overige leden van ZONNE-BLOEM zijn: Toeti Schenkers (Lead & Rhythm gitaar), Wilgo Brown (Lead vocal), Stanley Brown (drums), Jerry Philips (sax & backing vocals), Clife Lynch (Keyboards & backing vocals), Bryan Brown (Skratjie), Paul Schet (bass-gitaar). Inlichtingen kunt u inwinnen bij Marcel Brown (orkestleider): •



RAPPER MR DOLLARIVIAN IS BEZIGE BIJ
Breda

Als jongetje van tien sloot hij zich aan bij de Antilliaanse zanggroep Skalo Boys. Behalve zingen had ook het dansen de belang-stelling van MR Dollarman. Als 15-jarige schreef hij zijn eerste liedje. Daar bleef het niet bij, want nadat zijn talent was een T.V. optreden in het programma van Rameskham Artistico (Curacao) dat werd geregiseerd door Richard en Maritsa de Windt. In Nederland aangekomen werd al gauw contact opgenomen met de bubbling/ragga crew. Optredens in Partycentrum Royal met M.C. Problem Child en D.J. Bill waren een doorslaand succes. Met de D.J.’s Memmie en Moortje werd een Live cassette project ondernomen. Nu is een eigen cassette-project van MR Dollarman uit, waaraan ook D.J. Kingsize zijn medewerking heeft verleend.


Steeds meer autochtonen als bezoekers van Soul-parties
D.J. MAX BOSTON VIERT JUBILIEUM DJ Max Boston
Velen onder u zullen gebaat zijn bij een gezellige, knusse soul-party. De muziek speelt op zo’n feest een belangrijke rol; naast het feit dat drank en lekkernijen onmisbaar zijn.Het aanvoelen van de sfeer, het op het juiste moment afspelen van een hit, is een kwestie Van gewenning, inzicht.

Sinds jaren zijn enkelen bedreven in de kunst om de juiste snaar te raken bij de feestgangers, die dan wegdoezelen bij de soul-muziek met diepte. ‘MR. Sweet soul Music’ – MAX BOSTON – is 25 jaar één van hen. Hij kent de pieken en dalen van het vak, en heeft vele partycentra afgelopen. Je kunt ze zo gek niet verzinnen of hij is er geweest om er te werken:’ J.P.F., Hoge Limiet, Benschop, Haringvliet, Space Ball, Real Parbo, Zilvervos etc. Als stylist en één van de weinigen heeft hij oog gehad voor de realiteit, de feestgangers steeds analyserend. D.J. MAX BOSTON heeft altijd zijn collectie op peil gehouden, mede door relaties in Suriname. Tegenwoordig reist hij stad en land af, op zoek naar gecodeerde muziekschijven: CD’S. Hij is er van afgestapt om de zwarte schijven af te spe-len, en heeft de trend gezet door uitsluitend CD’S tijdens Soul-parties ten gehore te brengen. Over collega Disc-Jockey RO Walden (Soulman nr 1) is Max vol lof. Het was RO – kenner van de Rhythm & Blues/Soul bij uitstek- die hem overtuigde op het moment dat hij het bijltje erbij wilde neerleggen. Ogenschijnlijk lijkt er rivaliteit onder de ‘Soulbrothers’ te bestaan zegt Màx. Er meteen aan toevoegend, dat wederzijds respect de grote klasse aantoont. Volgens MR. Sweet Soul Music varen de feestneusen er allemaal wel bij, hetgeen zo moet blijven. De huidige Soulparties krijgen kleur zegt hij, ook al omdat autochtonen steeds weer de gang naar onze feestza-len ontdekken. Een commissie heeft zich opgeworpen om op 28 oktober 1995 een feest te organiseren ter gelegenheid van Max’s jublieum. Het publiek krijgt de gelegenheid de jubilaris te feliciteren, met enkele toppers van toen als gast. Ook enkele VIP’s zullen bij deze happening aanwezig zijn. Dit alles zal plaatsvinden in Societeit Real Parbo aan de Schuttevaerweg 97 te Rotterdam, onder auspiciën van de Soulbrothers en met medewerking van MR Pablo. Mis deze voltreffer dus niet.•


BEZETEN VAKMAN, DIE ZIJN LEERLINGEN INSPIREERT

Ricardo Sibelo 1996

Je ziet hem voorbij zoeven. Voordat je je realiseert is hij richting Luxemburg verdwenen voor een opname in Vrouwenvleugel. Of druk bezig zijn leerlingen in de dancestudio te kneden. Ricardo Sibelo (1951), de atletische duizendpoot.

‘Mijn eerste kennismaking met toneel was in de HBS-tijd in Rotterdam, zegt Ricardo Sibelo. We kregen er les, en ik deed mee in de jaarlijkse toneel-voorstellingen, stelt hij.

In 1970 werd het lidmaatschap van het Surinaamse toneelgezelschap

‘Nloksi Alesi’ verworven. In ‘A taste of honey’van Shelagh Delaney maakte ik mijn debuut als professional. De zuidelijke toneelgroep Globe Was destijds verantwoordelijk voor de opvoering. Hierna vervolgt Ricardo, speelde ik bij verschillende toneelgezelschappen met als hoogtepunt de samenwerking met onder andere Willem Nijholt in het stuk ‘Een doos vol kruimels’. Mijn bijdrage werd bekroond met de Johan Kaartprijs, zegt Ricardo vol trots. Het acteren op zich is leuk, maar onvol-doende vindt hij. Danslessen nam ik bij Benjamin Feliksdal. Het contact met hem bracht mij naar New York, waar ik werk vond bij de Dance Theatre of Harlem en de Alvin Ailey American Dance Theatre. De droom om in de voetsporen te treden van grootheden als Ben Vereen en Sammy Davis jr was werkelijkheid geworden, aldus Ricardo. Dit is geenszins mijn einddoel (geweest), want in London werd wederom een droom waargemaakt door het optreden in onder meer de musicals ‘Bubbling Brown Sugar, On the Twentieth Century, Guys and Dolls’ en werken bij de BBC en National Theatre van Sir Laurence Olivier’. ‘In mijn Londonse tijd werd ik in drie achtereenvolgende jaren uitgeroe-pen tot de beste jazz dance leraar in het West End theatergebied. In deze periode betrad ik ook het pad van de choreografie. Vangelis, Boney M en Bananarama maakten hiervan gebruik’

‘Als eerste Surinaamse acteur is het Ricardo gelukt uit een auditie van hon-derd mededingers een rol te veroveren in de Engelse tv-film ‘Amongs Barbarian’. De kans op werk binnen de dichtbevolkte Nederlandse theaterwereld lijkt mij vrij klein!
Garry Louz ontmoet Ricardo Sibelo

‘Het Nederlandse theater kent geen union of een organisatie die de arbeidsverhoudingen tussen werkgever en werknemer (acteur, danser) regelt. Bovendien is men bang geen werk te krijgen, wanneer de opdrachtgever extreme eisen stelt. Je als acteur onaf-hankelijk opstellen betekent dan inkom-stenderving. lk sta als ‘moeilijk’ te boek, omdat ik me (te) kritisch presen-teer. Di! laatste berust op een misverstand, althans mijn uitgangspunt is en blijft het leveren van een kwaliteitsproduct’.

Het duizendpotige karakter van Ricardo’s carrière wordt mede versterkt wanneer hij het heeft over zijn dans-school in Zoetermeer. ‘In Hekelingen (Gemeente Spijkenisse) zal in binnen-kort de tweede dansschool verrijzen, stelt hij. Mijn streven is om in Zoetermeer en Hekelingen zo professioneel mogelijk te werken met natio-nale-en internationale (ballet)docenten. Aan de stijl van mijn leerlingen moet te herleiden zijn dat ze Ricardo Sibelo’s dansschool hebben bezocht of bezoeken. Een soort handelsmerk.’

‘Een sprookjes-romantisch figuur ben ik absoluut zegt Ricardo met een serieuze blik, die een groot zelfvertrouwen verraadt. Dat zelfvertrouwen draag ik over aan mijn leerlingen (jong en oud) om dingen te doen, waarvan ze denken het niet te kunnen. Ondanks de groeiende belangstelling en bekendheid (vaste rol in Vrouwenvleugel) blijf ik nuchter en mijzelf. Ten slotte ben ik een ‘Anyone’s friend’.•

 

Comment here

This site is protected by reCAPTCHA and the Google Privacy Policy and Terms of Service apply.